piotLees hier het intervieuw met Joris Piot, onderzoeker aan de hogeschool UC Leuven-Limburg, in 'De Standaard' van 22 mei 2017 n.a.v. zijn boek 'Eat, Love, Volunteer'. 

’Het verenigingsleven vergrijst zienderogen. Drie op de vijf bestuursleden in Vlaanderen is tussen de vijftig en de zeventig jaar. En de leden ook. Het aantrekken van jongere verloopt moeizaam. Als veel organisaties niet oppassen, dreigt het einde.’ Daar waarschuwt Joris Piot voor in een nieuw boek: Eat, Love, Volunteer. Hij werkt aan de hogeschool UC Leuven-Limburg en doet al jarenlang onderzoek naar het fenomeen.

 

Is de vrijwilliger in het verenigingsleven een bedreigde dierensoort?
’Gelukkig schoten al verscheidene verenigingen wakker, maar veel kwaad is al geschied. Dit doet denken aan de kikker in de pot water die langzaam opwarmt, waardoor het dier het gevaar niet voelt aankomen. Sommige verenigingen, zoals Femma, zijn volop bezig met een transitie naar een modernere werking, die de toekomst veilig moet stellen. Andere organisaties dreigen binnen tien jaar te verdwijnen door vergrijzing, een achterhaalde missie en een niet aangepaste vrijwilligersaanpak.’

Wie moet daarvoor oppassen?
’Vooral de klassieke, verzuilde organisaties krijgen het moeilijk. Veel lokale afdelingen werken vandaag nog naar behoren, maar komen onvermijdelijk in de problemen als ze hun werking niet verandert. Vrijwilligers willen niet langer in een klassiek, hiërarchisch bestuursmodel meedraaien, dat nog stamt uit de tijd van de verzuiling. Dat doet mensen afhaken. Maar bij uitbreiding is elke organisatie die werkt met autonome vrijwilligersgroepen en haar werking niet afstemt op de hedendaagse noden van vrijwilligers in gevaar.’

Waarom?
’Omdat het profiel van de vrijwilliger wijzigde. Die kiest vandaag eerder voor een vereniging met een specifiek profiel, een organisatie die bijvoorbeeld werkt rond ecologie of sport. Een vrijwilliger verwacht ook een snelle return en is daarom kritisch: een organisatie die niet aan zijn behoefte voldoet, laat hij sneller vallen. Plezier staat hoog op de persoonlijke agenda. Dat betekent: liever actie, dan gepraat. En de vrijwilliger voelt zich ook niet langer gebonden door ideologie of politiek.’

Maakt dat de moderne vrijwilliger egoïstischer?
’Neen. Wel anders. Hij blijft functioneren in groepsverband belangrijk vinden. Maar in tegenstelling tot vroeger kan de vrijwilliger ook meer shoppen tussen verenigingen, en ze tegen elkaar uitspelen. Want ondanks de twee miljoen vrijwilligers in Vlaanderen blijft de vraag naar vrijwillige hulp groot en de concurrentie dus groot. Daarom zwaaien sommige organisaties met tal van voordelen voor hun leden. Dat maakt van een lid al snel een soort consument, en dat vind ik geen goede evolutie.’

’De vraag naar vrijwilligers zal ook alleen maar toenemen. Deels door de besparingen van de Vlaamse overheid. Door het schrappen van het budget voor professionele krachten, moeten gewone mensen invallen. Dat is zowel in de zorg- en welzijnssector, als in het onderwijs het geval.’

Dreigen niet vooral de lokale kaartclubs die op de been worden gehouden door enkelingen te verdwijnen?
’Zeker. Als sociaal-cultureel werker hoor ik dergelijke verhalen constant. Het zou daarom goed zijn als de koepelorganisaties, waaronder veel van die initiatieven vallen, nadenken over de toekomst. En het zou ook goed zijn als de overheid, die financiert op basis van het aantal leden of ledenactiviteiten, die koepels niet meteen afstraft, maar bijvoorbeeld vijf jaar respijt geeft om orde op zaken te stellen.’